Een echte zoetekauw…
loopt geen zak snoep of kassa in de supermarkt voorbij zonder tenminste een poging te wagen: “Lieve mamma, mag ik dat alsjeblieft?” Zoetekauwtjes maken een onderscheid tussen eten voor kinderen (= taart, snoep en koekjes) en eten voor volwassenen (= groente e.d.). Helaas voor hen denken hun moeders daar anders over.
Dit zit erachter:
Moedermelk smaakt zoet, we krijgen de liefde voor snoep dus praktisch al vanaf de geboorte mee. De smaakpapillen voor bitter en zuur ontwikkelen we inderdaad pas later.
Hoe ga je ermee om:
Maximaal een keer per dag snoep geven. Je kunt de drang naar zoetigheid ook bevredigen met gezonde voeding, bijvoorbeeld lievelingsfruit, zelfgemaakt ijs van vruchtensap of muesli. Met de meeste zoetekauwtjes kun je best onderhandelen: we eten twee keer per week iets zoets (rijstepap, pannenkoeken), maar op andere dagen wordt er dan niet geprotesteerd aan tafel. Zorg er wel voor dat zoetekauwen voldoende eiwit (zuivelproducten) en voedingsvezels (volkorenproducten, sla, groente) binnenkrijgen.




Bladwijzer van dit artikel maken bij…