De wereld is voor kinderen van 1 en 2 jaar een grote, avontuurlijke speelplaats, vol materiaal waarmee je kunt vullen, duwen, gooien en wat je in je mond kunt stoppen. Het zou een waar paradijs zijn als er geen volwassenen zouden zijn, die bezwaar maken als dreumesen aan CD’s knabbelen of honderd keer het licht aan en uit doen. Die grote mensen gaan dan mopperen, roepen ‘Ophouden!’ of schreeuwen ‘Nee!’. Ze weten vaak niets anders te verzinnen.
Soms moeten ouders de jonge ontdekkertjes afremmen, daar kan geen twijfel over bestaan. En dan is het mooi als je kind ook luistert. Maar is gehoorzaam zijn een waarde op zich? Of een vaardigheid die je al vroeg en intensief zou moeten oefenen? De deskundigen zijn hier nogal sceptisch over. Professor Gerard van der Hoef, gespecialiseerd in hersenonderzoek en ontwikkeling bij kinderen, ziet twee problemen:
“Door veel te verbieden wordt de relatie tussen ouder en kind belast”
Dat klinkt nogal zwaar, daarom is enige nuancering hier op zijn plaats. Het gaat om het effect van verbieden bij baby’s. Als moeders nogal boos nee zeggen en er ook boos bij kijken, stoppen baby’s in de kruipfase daarmee in elk geval een korte tijd. “Maar voor een klein kind dat zich nog heel erg verbonden voelt met zijn moeder, is dat wel een signaal dat deze verbondenheid ter discussie staat, “ zegt de neurobioloog.
En waarom? Omdat de kleine delinquent de kritiek op zijn handelen (“Blijf eens van de stereo af, die kan stuk gaan”) nog niet kan onderscheiden van kritiek op zijn persoon. Hij voelt zich alleen aangevallen. “Overdreven gezegd interpreteren kinderen in de eerste paar jaren een verbod als een afwijzing van hun persoon,” aldus Van der Hoef. Natuurlijk beseft hij ook wel dat het niet helemaal zonder verbieden gaat. “Maar veel machtwoorden zijn gewoon overbodig. Nee zou voorbehouden moeten zijn aan die situaties waarin nee onvermijdelijk is.” Bijvoorbeeld als een kind zijn moeder wil slaan. Of als het de straat op wil rennen.
“Als je zomaar nee zegt, heeft het geen effect.”
Als de scherpe toon en de strenge blik een kind zo kwetsen, zou het dan niet beter zijn om zo neutraal mogelijk nee te zeggen?
“Dat is helaas niet zo, “ zegt “Als je zo langs je neus weg nee zegt wordt dat alleen in het korte termijngeheugen opgeslagen, als het al gebeurt. Daar blijft het niet langer hangen dan een telefoonnummer dat je net in de telefoongids hebt opgezocht, namelijk hoogstens drie tot vier minuten.” Om bepaalde informatie (“Niet aan de stereo komen, die gaat anders stuk!”) in het lange termijngeheugen op te nemen zou een zeker begrip van de taal en de wereld nuttig zijn, en dat kun je van een kind in de eerste twee jaar van zijn leven nu eenmaal nog niet verwachten. Om te zorgen dat boodschappen echt blijven hangen, zijn op deze leeftijd andere dingen belangrijk, te weten gevoelens en stemmingen. “Nee zeggen zonder emotionele betrokkenheid heeft op baby’s en kleine kinderen hetzelfde effect als gebabbel,” zegt
Kun je dan maar beter schreeuwen? “Als je je eigen woede bij elk verbod ongefilterd laat ontsnappen, bereik je weliswaar een leereffect,” zegt de neurobioloog. “Maar dat lijkt meer op dresseren, conditioneren door angst.” Dat wil toch niemand? Professor X blijft erbij: het beste is om zo min mogelijk te verbieden. Ook ontwikkelingspsychologe is die mening toegedaan. Ze doet al jaren onderzoek op dit gebied en heeft steeds opnieuw kunnen vaststellen dat te vaak nee zeggen juist het tegenovergestelde effect heeft. Zij beweert: “Ouders die maar weinig verbieden hebben gehoorzamere kinderen.”
Deze gerenommeerde psychologe kan dat staven met de resultaten van meerdere onderzoeken:
Al in de jaren 70 kon onderzoekster Mary Ainsworth, die onderzoek doet naar binding, aantonen dat ouders die bereid zijn mee te werken en die fijngevoelig waren, het gemakkelijker hebben. Onder fijngevoeligheid verstaat Ainsworth dat ouders letten op de manier waarop hun baby’s zich uiten en daar op gepaste wijze op reageren en hun baby als wezentje met eigen behoeften beschouwen. Kinderen van 10 maanden van zulke fijngevoelige ouders bleken eerder bereid te luisteren naar ge- of verboden dan kinderen van minder fijngevoelige ouders (Mary Ainsworth noemt dit gedrag van de kinderen overigens ‘instemmen’, niet ‘gehoorzamen’). Bij haar eigen onderzoek met kinderen van een jaar kwamen tot vergelijkbare resultaten: kinderen van 1 jaar bevonden zich in een ruimte met veel interessante voorwerpen. Daarvan mochten ze er maar twee niet aanraken, namelijk een telefoon en een ventilator op een tafeltje. Resultaat: De kinderen van fijngevoelige ouders met een veilige binding slaagden er vaker in om weerstand te bieden aan de verboden apparaten dan de andere kinderen.
Overige resultaten uit dit soort onderzoek: kinderen van 1 jaar, wier ouders veel verbieden en dreigen, grijpen elke gelegenheid aan om zich niets aan te trekken van een verbod. Als hun moeder er niet bij is, houden ze zich vaker niet aan verboden dan kinderen van gevoeliger ouders. Bovendien interessant om te weten: Ook kinderen die bereid zijn tot samenwerking kunnen zich maar moeilijk aan de afspraken houden als er een groot aantal objecten aanwezig is, waarvan ze er meer niet dan wel mogen aanraken.
Het lijkt erop dat ‘volgen’ een handeling is die op wederkerigheid gebaseerd is. Bij fijngevoelige gezinnen lijkt elk gezinslid rekening te houden met wat een ander fijn vindt en wat niet. “Vaak is het al voldoende als moeder haar voorhoofd fronst – dan raakt haar kind de bloempot niet aan,” zegt Het kind weet dat zijn moeder bij de voeding zijn mimiek ook goed begrijpt en hem niet nog een lepel pap in de mond duwt als het al genoeg heeft gegeten.”
Samengevat: Kinderen leren blijkbaar niet naar hun ouders te luisteren door een veelvuldig nee te horen, maar eerder door het tegendeel, namelijk als het verbieden tot het hoogstnodige wordt beperkt (waar vaders en moeders op slechte dagen en bij acute twijfel ook duidelijk wel eens niet in slagen, zonder dat het nageslacht daarvan enige nadelige gevolgen ondervindt). Wees gerust: je hoeft je dus niet te laten hersenspoelen, want ook in de toekomst hoef je het niet goed te vinden dat er kiezelsteentjes in de brievenbus worden gegooid of dat de afstandsbediening van de televisie als speelgoed wordt gebruikt. Maar misschien kun je de kleine vergrijpen iets vaker over het hoofd zien, of zelfs voorkomen.
Tips voor het Nee-Dieet?
- Als je conflicten uit de weg kunt gaan, heb je het makkelijker. Met een afwasbaar stuk zeil onder de kinderstoel hoef je je over geknoei met eten minder op te winden. Stereoapparatuur, CD’s en andere dure, breekbare zaken behoren buiten reikwijdte van baby’s te staan.
- Probeer ongewenst gedrag zoveel mogelijk te negeren en positief gedrag zoveel mogelijk te prijzen.
- Als je echt niet anders kan dan verbieden, is het goed om een uitweg aan je ‚nee’ te koppelen. Neem de bedoeling van je kind ter harte en richt hem op een ander voorwerp. Voorbeeld: Je kind van 2 probeert in de stellingkast te klimmen. Nu kun je 20 minuten lang strijd gaan voeren. Maar je kunt ook twee stevige stoelen op zijn kop zetten en je kind met dit klimparcours verrassen.
- Nee zeggen werkt het beste als je je kind rustig maar indringend toespreekt en hem daarbij strak in de ogen blijft kijken. Je kunt beter geen lange preken afsteken.




Bladwijzer van dit artikel maken bij…