Van de ene op de andere dag is ineens alles anders. Tussen de negen en veertien maanden komt de dag waarop kinderen zich voor hun "collega's" in de kinderwagen of het boodschappenwagentje naast hen gaan interesseren. Dan begint er een spannend hoofdstuk in de geestelijke ontwikkeling van je kind. Lees hier hoe de basis voor het omgaan met anderen gelegd wordt.
Twaalf maanden: daar is iemand zoals ik!
Kinderen worden zelfverzekerd als ze kunnen lopen. Oog in oog, op gelijke hoogte, kunnen baby's van een jaar meteen met elkaar omgaan. Het eerste contact verloopt steeds ongeveer hetzelfde: ze kijken het kindje tegenover hen eerst in de ogen, lachen naar elkaar, en raken elkaar dan aan. Ze raken niet alleen het uitgestrekte handje van het andere kind aan, maar ook het gezicht.
Alleen nu, ongeveer op eenjarige leeftijd, laten kinderen het toe als een leeftijdsgenootje hen zo aanraakt. Al een paar maanden later weren kinderen de hand bij hun gezichtje af. Woorden spelen bij deze kennismaking nog nauwelijks
een rol. Vrolijk giechelen, lachen en kraaien is voldoende voor een goed begrip.
Heel belangrijk is dat baby's van een jaar een vertrouwde persoon op de achtergrond hebben, zodat het contact met de buitenwereld goed verloopt. Alleen zijn met leeftijdsgenootjes kunnen de kinderen nu nog niet aan. Lang duurt hun onderonsje bovendien nog niet. Een paar minuten of met veel geluk een kwartier, en dan is de nieuwsgierigheid over en willen ze weer naar papa of mama.




Bladwijzer van dit artikel maken bij…